In elkaar gedoken en met de pet over zijn oren schuifelt de bejaarde achter zijn rollator de stoep op. Deze keer zwaait hij niet en roept ook niet over straat.
"Is hij hier? '
Het is de buurvrouw. Ze staat ineens in mijn kantoor. "Hij ging er een eind aan maken, zei hij maar ik stond nog even te telefoneren en nu is hij weg."
Ik sluit het huis af en net als ik op de fiets wil springen om aan de zoekactie te beginnen roept ze al dat haar echtgenoot terecht is.
In de verte schuifelt hij langzaam over straat deze kant op. Zijn zus loopt naast hem. Wij wachten om hem te verwelkomen.
"Ik ga er een eind aan maken,' zegt hij en maakt met zijn hand een snijbeweging langs zijn keel.
"Och waarom zou je dat doen? Dat moet je niet doen!' zijn de reacties van de wachtenden.
"Ik ga het toch doen, ik vind er niks meer aan, zegt hij moedeloos. Ik ga naar de Maas."
en dan volgt er spijtig achteraan,
" maar ik ben de verkeerde kant opgelopen.'
donderdag 7 oktober 2010
zondag 1 augustus 2010
Het jochie
Het jochie loopt vooraan in de stoet naast zijn vader. Hij draait zich met veel beweging om en zegt heel duidelijk wat tegen een persoon achter hem. Ik kan hem niet verstaan maar zie het voor mijn neus gebeuren. Ik zet mijn reistas neer in de huiskamer.
Vanachter het kamerraam kijk ik onbeweeglijk toe.
Het joch loopt inmiddels weer in het gareel.
Zo ken ik hem. Direct en fel reageren maar ook het vermogen hebben om zich weer aan te passen. Dit alles gebeurt in slechts enkele luttele seconden.
Ik zie zijn iets oudere zus langzaam aan de andere kant van hun vader lopen.
De moeder ligt in de kist voor hun.
Een lange stoet glijdt geruisloos aan mijn woning voorbij.
Haar gezicht en de zorgen om haar zoon ploppen op in mijn hoofd.
Graag zou ik haar willen zeggen dat deze jongen haar verschrikkelijk zal missen maar het gaat redden.
Het komt goed met een groot verdriet.
De hele stoet is inmiddels bij het kerkhof aangekomen.
Ik ga mijn reistas uitpakken.
Vanachter het kamerraam kijk ik onbeweeglijk toe.
Het joch loopt inmiddels weer in het gareel.
Zo ken ik hem. Direct en fel reageren maar ook het vermogen hebben om zich weer aan te passen. Dit alles gebeurt in slechts enkele luttele seconden.
Ik zie zijn iets oudere zus langzaam aan de andere kant van hun vader lopen.
De moeder ligt in de kist voor hun.
Een lange stoet glijdt geruisloos aan mijn woning voorbij.
Haar gezicht en de zorgen om haar zoon ploppen op in mijn hoofd.
Graag zou ik haar willen zeggen dat deze jongen haar verschrikkelijk zal missen maar het gaat redden.
Het komt goed met een groot verdriet.
De hele stoet is inmiddels bij het kerkhof aangekomen.
Ik ga mijn reistas uitpakken.
maandag 19 juli 2010
Familie
Overal zouden ze kunnen zitten. Ik kijk voorzichtig om mij heen. Ik scan de hele kerk rond en bestudeer zij-en achterkanten van hoofden. Een enkele keer meen ik familietrekken te herkennen in de donkere ogen of de vorm van de neus, van het gelaat.
Het voelt fijn om erbij te zijn. "Te Lourdes op de bergen..." speelt het orgel in de kerk en onder het 'ave, ave Maria...' door een luid scanderende menigte wordt tante in haar kist trots de kerk uitgedragen. Pastoor gaat enthousiast zingend voorop.
Bij het kopje koffie en het broodje kaas ontmoet ik onbekende- en bekende verwanten met wie ik op golven door de tijd van mijn en hun leven ga.
Tante kijkt glimlachend omringd door brandende kaarsjes, vanaf de toog toe. Een duistere blik in mijn richting dreigt mijn warme bad te koelen. Ik neem een sneetje kluntjes mik. Ik slik. Warme druppels rollen over mijn wangen. Ik neem nog een snee suikerbrood. Net als vroeger bij het feest van de dorpskermis. Het smaakt zoet.
Als ik de tafels rondkijk zie ik alle gezichten en hoor hun stemmen.
Hier kom ik vandaan en het is goed, flitst het door mijn hoofd.
Het voelt fijn om erbij te zijn. "Te Lourdes op de bergen..." speelt het orgel in de kerk en onder het 'ave, ave Maria...' door een luid scanderende menigte wordt tante in haar kist trots de kerk uitgedragen. Pastoor gaat enthousiast zingend voorop.
Bij het kopje koffie en het broodje kaas ontmoet ik onbekende- en bekende verwanten met wie ik op golven door de tijd van mijn en hun leven ga.
Tante kijkt glimlachend omringd door brandende kaarsjes, vanaf de toog toe. Een duistere blik in mijn richting dreigt mijn warme bad te koelen. Ik neem een sneetje kluntjes mik. Ik slik. Warme druppels rollen over mijn wangen. Ik neem nog een snee suikerbrood. Net als vroeger bij het feest van de dorpskermis. Het smaakt zoet.
Als ik de tafels rondkijk zie ik alle gezichten en hoor hun stemmen.
Hier kom ik vandaan en het is goed, flitst het door mijn hoofd.
zondag 6 juni 2010
Zondag
"Heb je dat gezien? Het is zondag! Ik woon hier al 46 jaar en in al die jaren heb ik zoiets nog nooit meegemaakt!" Ik laat mijn heggensnoeischaar zakken en kijk eens om. Een man schildert aan de winkelgevel. "Misschien is dit een handig moment?' opper ik.De oudere dame stapt kordaat op de man af en gaat een gesprek met hem aan voor ze mopperend haar eigen woning binnen gaat.
"Papa!" schreeuwt een jochie al rennend door de supermarkt om vervolgens in zijn vaders armen te springen.
Op zondag boodschappen doen is iets nieuws in deze streek en best wel handig. De vader houdt het kind stevig en liefdevol in zijn armen. "Papa wanneer mag ik weer een keer bij jou slapen?" "Geef papa een kus en ga met je broer naar de ballenbak' zegt moeder achter mij heel duidelijk. Pa laat de jongen direct gaan en zwaait nog even naar zijn zonen voor hij met zijn boodschappen en een jongedame de winkel verlaat.
"Papa!" schreeuwt een jochie al rennend door de supermarkt om vervolgens in zijn vaders armen te springen.
Op zondag boodschappen doen is iets nieuws in deze streek en best wel handig. De vader houdt het kind stevig en liefdevol in zijn armen. "Papa wanneer mag ik weer een keer bij jou slapen?" "Geef papa een kus en ga met je broer naar de ballenbak' zegt moeder achter mij heel duidelijk. Pa laat de jongen direct gaan en zwaait nog even naar zijn zonen voor hij met zijn boodschappen en een jongedame de winkel verlaat.
donderdag 13 mei 2010
oma is een meisje
Wij hebben onze matrassen naast elkaar gesleurd en nu liggen we op deze hele vroege ochtend gezellig te kletsen. Het zusje is gisteren geboren en van alle hectiek die zo'n klein wurm met zich meebrengt hebben wij hier geen last.
" Oma krijg jij ook nog een baby?" vraagt ze en kijkt me daarbij vragend aan met haar blauwe kijkers.
" Nee oma's krijgen geen baby's meer,' antwoord ik.
"Maar oma jij bent toch ook een meisje!?"
"Ja, oma is een meisje maar oude meisjes en hele jonge meisjes die krijgen geen baby's."
Ze knikt.
Ik pak het voorleesboek.
" Oma krijg jij ook nog een baby?" vraagt ze en kijkt me daarbij vragend aan met haar blauwe kijkers.
" Nee oma's krijgen geen baby's meer,' antwoord ik.
"Maar oma jij bent toch ook een meisje!?"
"Ja, oma is een meisje maar oude meisjes en hele jonge meisjes die krijgen geen baby's."
Ze knikt.
Ik pak het voorleesboek.
woensdag 14 april 2010
dan heb je iets om naar toe te leven...
Een staat er op de stoep voor het huis, de ander staat op de steiger en verlegt de dakpannen.
"Nee die ligt niet goed. Het sluit niet aan,"roept de man vanaf de straat naar de bouwvakker op hoogte.
Het is een heel karwei maar het gaat ze samen vast wel lukken.
"Ha Piet hoe gaat het?' Galmt het van het dak naar een fietser.Fietser Piet stopt en keert zijn fiets."Nou dat zal ik je zeggen: niet goed,' zegt Piet. De mannen stonden klaar voor een gevat antwoord maar iets weerhoud hen. "Ik ben de enveloppen al aan het schrieve want er is niks meer aan te doen zeiden ze gisteren.Overal zit het. Alleen wat extra pijnstillers heb ik gekregen'.
Met zijn hand geeft hij het buikgebied aan waar Het zit. 'Ik kan er toch niet voor binnen blijven zitten,' gaat Piet verder."Maar enveloppe alvast schrijven...?" doe ik een magere poging om ook maar iets te zeggen.'Ja je moet wat. Ik ben ook al bij de begrafenisondernemer geweest. Tja, als het toch zo gaat dan kan ik het beste nu maar direct wat doen. Straks kan ik niets meer.'
Als Piet door is gefietst hoor ik zacht naast mij zeggen.. 'dan heb je ook iets om naartoe te leven.....'
"Nee die ligt niet goed. Het sluit niet aan,"roept de man vanaf de straat naar de bouwvakker op hoogte.
Het is een heel karwei maar het gaat ze samen vast wel lukken.
"Ha Piet hoe gaat het?' Galmt het van het dak naar een fietser.Fietser Piet stopt en keert zijn fiets."Nou dat zal ik je zeggen: niet goed,' zegt Piet. De mannen stonden klaar voor een gevat antwoord maar iets weerhoud hen. "Ik ben de enveloppen al aan het schrieve want er is niks meer aan te doen zeiden ze gisteren.Overal zit het. Alleen wat extra pijnstillers heb ik gekregen'.
Met zijn hand geeft hij het buikgebied aan waar Het zit. 'Ik kan er toch niet voor binnen blijven zitten,' gaat Piet verder."Maar enveloppe alvast schrijven...?" doe ik een magere poging om ook maar iets te zeggen.'Ja je moet wat. Ik ben ook al bij de begrafenisondernemer geweest. Tja, als het toch zo gaat dan kan ik het beste nu maar direct wat doen. Straks kan ik niets meer.'
Als Piet door is gefietst hoor ik zacht naast mij zeggen.. 'dan heb je ook iets om naartoe te leven.....'
donderdag 11 februari 2010
Waarom
Ik zag het nog net toen ik mijn werkkamer weer binnenkwam.
Snel ging ze, mijn Downleerling van achttien, achter de computer zitten en typt zwijgend haar tekst verder.
Dat snelle gedrag ken ik. De laatste keer in zo'n situatie stonden erin eens twee kopjes thee op het bureau en typte ze ook ijverig. Deze keer geen thee.
Mijn ogen speurden het kantoor door en zagen kleine rookwolkjes op de boekenplank.De bladrand van mijn aantekeningen lag er te smeulen op het hout.Een afgebrande lucifer op de plank erboven. Zij "wist" van niets.
Na de volgende en derde keer besloot ik om haar niet meer even alleen te laten.
Ze heeft ook dan de thee voor ons twee ingeschonken en er ligt een minuscuul chocolade koekje naast. Ik neem vast voorzichtig een slokje van de warme thee.
Zij wacht en reageert niet.
Ik wel.
'Gatver.'
Het flesje lavendel staat niet meer op de oorspronkelijke plaats.
De actie is gericht op mij.
Het waarom heb ik nooit kunnen achterhalen.
Snel ging ze, mijn Downleerling van achttien, achter de computer zitten en typt zwijgend haar tekst verder.
Dat snelle gedrag ken ik. De laatste keer in zo'n situatie stonden erin eens twee kopjes thee op het bureau en typte ze ook ijverig. Deze keer geen thee.
Mijn ogen speurden het kantoor door en zagen kleine rookwolkjes op de boekenplank.De bladrand van mijn aantekeningen lag er te smeulen op het hout.Een afgebrande lucifer op de plank erboven. Zij "wist" van niets.
Na de volgende en derde keer besloot ik om haar niet meer even alleen te laten.
Ze heeft ook dan de thee voor ons twee ingeschonken en er ligt een minuscuul chocolade koekje naast. Ik neem vast voorzichtig een slokje van de warme thee.
Zij wacht en reageert niet.
Ik wel.
'Gatver.'
Het flesje lavendel staat niet meer op de oorspronkelijke plaats.
De actie is gericht op mij.
Het waarom heb ik nooit kunnen achterhalen.
dinsdag 5 januari 2010
Autisme
'Ik kan wel zien dat er iets met hem is.'
'O ja, en waar zie jij dat dan aan?'
'Zijn ogen.
Zijn ogen kijken alleen recht vooruit.
Ze hebben geen links of rechts."
'O ja, en waar zie jij dat dan aan?'
'Zijn ogen.
Zijn ogen kijken alleen recht vooruit.
Ze hebben geen links of rechts."
Abonneren op:
Posts (Atom)
